roekeloosheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het roekeloos zijnDe roekeloosheid van de chauffeur zorgde dat hij een hogere straf van de rechter kreeg.
Etymologie
* afgeleid van roekeloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afgeleid van roekeloos