roken

meervoud/ˈrokə(n)/

Wat is de betekenis van roken?

roken betekent: (inerg) rook afgeven

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) rook afgeven
  2. ov (ov) (van sommige genotsmiddelen, zoals tabak) nuttigen door het inhaleren van de rook ervan
  3. ov (ov) (van rauwe vis of rauw vlees) conserveren door langdurige blootstelling aan rook.
werkwoord
  1. ov, landbouw, historisch (ov) (landbouw) (historisch) (van hooi) stapelen in oppers

Voorbeelden van "roken" in een zin

  • Die schoorsteen rookt geweldig.
  • Hij kan het roken niet voor een dagje laten.
  • In verschillende landen is het bij wet verboden te roken in openbare gebouwen.
  • De gesprekken met deze dames waren diepgaander, maar voor de rest vloekten ze evenveel als de gemiddelde man, lieten ze evenveel scheten, rookten ze evenveel wiet en liepen ze even hard.
  • Hij at paling die lang had liggen roken.

Betekenis en uitleg van roken

Roken is het inademen van rook, meestal van tabak, via een sigaret, pijp of sigaar. Het is een handeling die vaak gepaard gaat met sociale interactie, ontspanning of zelfs verslaving.

Het woord 'roken' wordt vaak gebruikt in de context van het gebruik van tabaksproducten, maar kan ook verwijzen naar het inademen van andere stoffen, zoals cannabis. Roken is tegenwoordig omgeven door veel discussie over gezondheid en regelgeving, vooral in openbare ruimtes. In sociale situaties kan roken een manier zijn om met anderen te verbinden, hoewel de gezondheidsrisico's steeds meer onder de aandacht komen.

Voorbeelden

  • Na een lange dag op het werk stapte hij even naar buiten om een sigaret te roken.
  • Tijdens het feest waren er een paar gasten die besloten om samen te roken op het balkon.
  • Zij heeft besloten te stoppen met roken, omdat ze zich gezonder wil voelen.

Woordoorsprong

Het woord 'roken' komt van het Middelnederlandse 'rooken', wat 'rook maken' betekent, gerelateerd aan het Oudgermaanse 'raukōną'.

Veelgestelde vragen over roken

Wat is de betekenis van roken?

roken betekent: (inerg) rook afgeven

Hoeveel betekenissen heeft roken?

roken heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft roken?

roken is een meervoud.

Hoe gebruik je roken in een zin?

Voorbeeld: “Die schoorsteen rookt geweldig.

Etymologie

*[B] afgeleid van [[rookZelfstandig naamwoord_2|rook [B] ]]

Vertalingen

Engelssmoke, smoke, smoke
Fransfumer, fumer, fumer
Duitsrauchen, rauchen, räuchern
Spaanshumear, fumar, ahumar
Italiaansfumare, fumare, affumicare
Poolspalić