rokken
onzijdig (het)/ˈrɔkə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- houten staafje om vezels omheen te winden, gebruikt bij het spinnen
werkwoord
- (ov) op een spinrokken winden
Etymologie
*(n): van Middelnederlands "rocke"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek