rol
mannelijk/vrouwelijk (de)/rɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- cilindervormig voorwerp
- een rond een spil [1] gewonden lange strook papier of stofIk heb nòg een rol van die zandgele stof.In een rolletje, naast zijn zadel, hing een oude paardedeken. En die legde hij zorgzaam om de schouders van Sinterklaas.
- (filmkunst), (toneel) een vertolking van een personage in een film of toneelstukHij speelde de rol van Hendrik VI.
- een functie, een taakIn de pelgrimstochten die ik in het verleden heb gelopen, de boeddhistische 88 Tempels tocht in Japan en de katholieke Camino de Santiago in Spanje, speelt het geloof een belangrijke rol.
- lijst, register
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opgerold stuk’ voor het eerst aangetroffen in 1280
Uitdrukkingen
- De rollen omkeren — wat de een normaal doet doet de ander nu en andersom
- Aan de rol zijn ( of gaan) — Stoett [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_2021.phpv1947 www.dbnl.org]
Vertalingen
Spaanspapel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek