rol

mannelijk/vrouwelijk (de)/rɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. cilindervormig voorwerp
  2. een rond een spil [1] gewonden lange strook papier of stof
    Ik heb nòg een rol van die zandgele stof.
    In een rolletje, naast zijn zadel, hing een oude paardedeken. En die legde hij zorgzaam om de schouders van Sinterklaas.
  3. filmkunst, toneel (filmkunst), (toneel) een vertolking van een personage in een film of toneelstuk
    Hij speelde de rol van Hendrik VI.
  4. een functie, een taak
    In de pelgrimstochten die ik in het verleden heb gelopen, de boeddhistische 88 Tempels tocht in Japan en de katholieke Camino de Santiago in Spanje, speelt het geloof een belangrijke rol.
  5. lijst, register

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opgerold stuk’ voor het eerst aangetroffen in 1280

Uitdrukkingen

  • De rollen omkerenwat de een normaal doet doet de ander nu en andersom
  • Aan de rol zijn ( of gaan)Stoett [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_2021.phpv1947 www.dbnl.org]

Vertalingen

Spaanspapel