rolschaats

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrɔlsxats/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onder de voet te binden stel wieltjes waarop men zich schaatsend voortbewegen kan
    Hij deed zijn rolschaatsjes aan en ging met zijn vriendjes hockey spelen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘schaats op wieltjes’ voor het eerst aangetroffen in 1888

Vertalingen

Engelsrollerskate
DuitsRollschuh