ronde

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een afgebakend onderdeel van een groter geheel
    Deze ronde van besprekingen was het meest succesvol.
    Zij grijpen dus naast de 1.000 euro tegemoetkoming en moeten wachten tot een volgende ronde. Het loket gaat op 1 september en 1 november opnieuw open. Degenen die zich wel hebben kunnen aanmelden, krijgen binnen enkele dagen hierover een bericht.
    Alles hing ik over de verwarming, in afwachting van de volgende ronde.
  2. sport (sport) een wedstrijd in de vorm van een rondrit
  3. een rondgang om iets te controleren

Etymologie

* "rond" met de uitgang -e

Uitdrukkingen

  • de ronde doenheersen van een ziekte of aandoening

Vertalingen

Engelsround, patrol
Spaanscircuito, vuelta, patrulla