rondetijd
mannelijk (de)/ˈrɔndəˌtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tijd die het duurt om één keer een ringvormig parcours af te leggenMárquez was met 1.23,241 een fractie sneller dan Dovizioso, die 1.23,243 als beste rondetijd klokte. Tubantia 11 augustus 2018 [https://www.tubantia.nl/andere-sporten/menaacute-rquez-pakt-pole-met-0-002-seconde-verschil~aafaa9160/ Márquez pakt pole met 0,002 seconde verschil]"Ik ben heel erg tevreden", zei Roest na zijn winnende race. "De snelheid kwam makkelijk, al had ik het in de laatste drie rondjes wel lastig. Ik voelde me kapot gaan, maar mijn rondetijden bleven goed en stabiel." De Telegraaf 18 november 2018 [https://www.telegraaf.nl/sport/2812222/primeurtje-voor-roest-in-japan Primeurtje voor Roest in Japan]Als die "slome" aan de kant gaat staan, kijkt een van de bikers demonstratief op zijn horloge. Hij vraagt zich af of hij door dit oponthoud zijn beoogde rondetijd nog wel kan halen. De roffel van de groene specht in de verte hoort hij niet, de prachtig bloeiende parnassia ziet hij niet. Reformatorisch Dagblad G. Verdouw 12 september 2016 [https://www.rd.nl/meer-rd/groen-duurzaamheid/mountainbiker-botst-met-natuurliefhebber-1.1125171 Mountainbiker botst met natuurliefhebber]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek