rondo
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een ronde, met amandelspijs gevulde koekBij de bakker had zij een lekkere rondo gekocht.
- (muziek) een uit de middeleeuwen afkomstige vers- en muziekvorm
- (sport) een spel dat voetbalteams soms aan het einde van de warming-up spelen, waarbij een groep spelers rondom een andere voetballer staat en de bal naar elkaar speelt terwijl de voetballer in het midden probeert die af te pakken, Jan. [http://www.trainerssite.nl/?page=articles&articlespage=article&aid=35 "Basisvormen in het voetbal (deel 3): de rondo"] op trainerssiter.nl.
Etymologie
* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘muziekstuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1772
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek