rondreizen
/ˈrɔntrɛizə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) naar vele plaatsen onderweg zijnHij heeft verschillende jaren in Europa rondgereisd, toen hij besloot naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag te gaan om fluit te leren spelen.
Vertalingen
Engelsroam
Duitsherumreisen, umherreisen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek