rondtrekken
/ˈrɔntrɛkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) zonder duidelijk doel van de ene plaats naar de andere gaanWe hebben deze vakantie een beetje door Nieuw-Engeland rondgetrokken.
Vertalingen
Engelsroam, wander
Duitsherumziehen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek