roodbaars
mannelijk (de)/ˈrodbars/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) (voeding) bepaald soort vis, , komt voor in de noordelijke Atlantische oceaan en in de noordelijke NoordzeeDe soep wordt schilderachtig geserveerd in een bord waar Hollandse garnalen en een stukje roodbaars liggen te wachten tot de bediening er uit een koperen pan de bouillon en stukken snoekbaars bij schept.
Vertalingen
Engelsbergylt, redfish
Fransgrand sébaste
DuitsRotbarsch
Spaansgallineta nordica
Zweedsstörre kungsfisk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek