Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
roodbuikgrondkoekoek
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (koekoeksvogels) een vogel uit de familie (koekoeken). De vogel is genoemd naar de Franse natuuronderzoeker . Deze soort komt voor van Nicaragua tot Colombia en zuidelijk Brazilië en telt zes ondersoorten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek