rook
mannelijk (de)/rok/
Wat is de betekenis van rook?
rook betekent: zichtbaar mengsel van gassen, dampen en fijne vaste deeltjes dat bij verbranding opstijgt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zichtbaar mengsel van gassen, dampen en fijne vaste deeltjes dat bij verbranding opstijgt
zelfstandig naamwoord
- hooiopper, hoop hooi, gemaaide klaver of vlas
- (Hollands) grotere hooistapel waartoe een aantal oppers bijeengevoegd wordt
Voorbeelden van "rook" in een zin
- De rook vloog door de wind recht mijn kant op.
- Vorige week trok er een dikke laag van zwarte rook over steden in Brazilië. In één stad was het zelfs een uur helemaal donker door de rook.
Etymologie
*[B]: van Middelnederlands "rooc"Ontwikkeld uit Oergermaans *hrauka-, misschien ontleend aan het Keltisch; vgl. Oudiers crúach ‘hoop, opper, heuvel’. Evenals Oudengels hrēac ‘stapel, hoop’ en Oudnoords hraukr ‘kegelvormige stapel’. Guus Kroonen, Etymological Dictionary of Proto-Germanic, Leiden: Brill, 2013, blz. 243.
Uitdrukkingen
- Geen rook zonder vuur — bij iedere gebeurtenis hoort een oorzaak. Van de meeste geruchten is er altijd wel iets waar
- Witte rook — teken dat er een overeenkomst is bereikt
- in rook opgaan — verdwijnen
Vertalingen
Engelssmoke
Fransfumée
DuitsRauch
Spaanshumo
Italiaansfumo
Portugeesfumo, fumaça
Russischдым
Chinees煙, 烟
Japans煙
Koreaans연기
Arabischدخان
Poolsdym
Zweedsrök
Deensrøg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek