ros

onzijdig (het)/rɔs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd [A] (verouderd) een rijpaard
    Het ros had zijn been gebroken.
zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) slaag, pak slaag

Etymologie

#voorzien van rode lichten, met name in de hoerenbuurt