rostrum

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. snuit
    In de mergelgroeve van de ENCI in Maastricht is de fossiele snuit, een zogeheten rostrum, van een zaagvis gevonden. Voor zover bekend is dit de eerste vondst ter wereld van een rostrum van de soort Ganopristis leptodon.
  2. verhoogd podium
    Klokslag half twaalf betreedt koning Willem-Alexander de ceremonie. De vorst neemt plaats op het rostrum, een iets verhoogd podium. Het vaandel neigt en Zijne Majesteit beantwoordt het eerbewijs. Vervolgens inspecteert de koning de aangetreden detachementen.
    „De beelden van Prinsjesdag gaan de hele wereld over. Dus moet de troon van de koning er gelikt uitzien. Daarom loop ik op maandag de koningszetel nog even na voor de laatste controle. Zelfs de franjes van de kussens mogen niet in de war zitten. Dat is misschien wel onze grootste zorg. We hebben vorige week de ongeveer 1000 stoelen en het rostrum klaargezet en opgebouwd.

Etymologie

* uit het Latijn