rotan

/ˈrotɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort plant met liaanachtige stengels die gebruikt worden voor de vervaardiging van meubels,
  2. van riet, rotan gemaakt

Etymologie

* Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘Spaans riet’ voor het eerst aangetroffen in 1596

Vertalingen

Spaanspalma de la India, ratán, rota