routier

mannelijk (de)/ruˈce/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) vrachtwagenchauffeur
    Het wonder van dit restaurant is de unieke, eerlijke kookstijl, die je als een routier op niveau zou kunnen classificeren: met een kaart als een Frans wegrestaurant, vertrouwd en tegelijk volstrekt origineel, betaalbaar en aangenaam. Een zeldzame mix.
    Nu moet Le Mistral het hebben van die paar oude getrouwen die van de snelweg afslaan. Echte Franse truckers, routiers die van goed eten houden. 'Voor mij is een fatsoenlijke maaltijd: entree, plat, kaas, dessert', zegt Frédéric Deidier (49), terwijl hij enthousiast op zijn enorme buik kletst. 'Maar de jonge generatie chauffeurs gaat liever naar McDonald's.'

Etymologie

* van Frans "routier"