rouw
mannelijk (de)/rɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grote smart of droefenis na een verlies
- tijd van rouw
Etymologie
* In de betekenis van ‘smart’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220
Vertalingen
Engelsmourning
Fransdeuil
DuitsTrauer
Spaansluto, duelo
Italiaanslutto, cordoglio
Deenssorg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek