rouwkleed
onzijdig (het)/ˈrɑuklet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- donkere, stemmige kleren die men draagt als men in de rouw is" Hierna trekt de koning rouwkleren aan en met twaalf ridders die met blauwe mantel en hoofddeksel uitgedost zijn, geeft hij uiting aan zijn droefheid.Dan zal ze de rouwkleren voor zich en haar kinderen en voor al het personeel bestellen, dan moet de schade van de plundering zo snel mogelijk hersteld om het grote huis voor de plechtige uitvaart gereed te kunnen maken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek