ruïneren

/ˌryiˈnerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) helemaal kapotmaken
    In de oorlog is de hele stad geruïneerd.
  2. ov (ov) iemand financieel te gronde richten
    Die zakenman is compleet geruïneerd.

Etymologie

*afgeleid van het Franse ruiner () [https://fr.wiktionary.org/wiki/ruiner Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsruin, destroy, ruin
Fransruiner, détruire, ruiner
Duitsruinieren, zerstören, ruinieren
Spaansdestrozar, destruir, arruinar
Italiaansdistruggere
Portugeesdefazer, demolir, destruir
Turksyıkmak, yok etmek, bozmak
Poolsniszczyć, rujnować
Zweedsförinta, förstöra
Deensødelægge