woorden
boek
Start
›
R
›
ruft
ruft
mannelijk (de)
/rʏft/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
spreektaal
(spreektaal) (harde) scheet, wind
(in Noord-Nederlandse dial.) luier, rift
Etymologie
* [2] Leenwoord uit het "ruft".
Verwante woorden
ruften
ruftend
ruftte
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Ruessink
ruften →