rugby

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) balspel met ovaalvormige bal voor twee ploegen waarbij de bal naar voren getrapt wordt of men met de bal naar voren met lopen
    De sport rugby kent twee varianten die erg op elkaar lijken.
    Het spel werd aanbevolen in termen die doen denken aan de manier waarop in victoriaans Engeland 'mannelijke' sporten als voetbal of rugby werden aanbevolen.
    Dat verhaal begint niet zelden bij de Britse kostscholen (public schools) waar sporten als cricket en rugby hun oorsprong hebben.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘balspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1879. Er is geen etymologisch verband met het Nederlandse "rug".

Vertalingen

Engelsrugby
Spaansrugby