ruilverkaveling
vrouwelijk (de)/ˈrœylvərˌkavəlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- proces waarbij boeren stukken land met elkaar ruilen zodat er grote percelen ontstaan met betere mogelijkheden voor gemechaniseerde landbouwVolgens Van Swaay zien we nu het staartje van een proces dat in de jaren vijftig in gang is gezet. ‘Tot de Tweede Wereldoorlog werd de landbouw in West Europa bestierd door keuterboertjes. In de jaren vijftig kwam de ruilverkaveling op gang. Slootjes en bermen verdwenen.’De vernielingen van deze maand betroffen vooral het verstoppen van spijkers en stalen pijpen in oogstrijpe maisvelden en het kapot snijden van veevoerdekzeilen. Het vermoeden bestaat dat de daders in de hoek van wildjagers moeten worden gezocht, die door ruilverkaveling hun jachtpercelen zijn kwijtgeraakt.
Vertalingen
Engelsland reparcelling
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek