ruimen

/ˈrœymə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets leeg- of schoonmaken
    De bedorven lading werd geruimd door deze overboord te zetten.
  2. ov (ov) leegmaken van een graf na een zeker aantal jaren
    Die graven worden na 35 jaar geruimd.
  3. ov, veeteelt (ov) (veeteelt) alle dieren uit een veestapel doodmaken en hun kadavers vernietigen als maatregel bij een uitbraak van besmettelijke ziekten
  4. erga, scheepvaart (erga) (scheepvaart) (van wind) geleidelijk van richting veranderen, met de wijzers van de klok mee
    Op het noordelijk halfrond gaat de wind ruimen bij het naderen van een hogedrukgebied.

Etymologie

*van Middelnederlands "rumen", op te vatten als afgeleid van "ruim"

Vertalingen

Engelsvacate