ruitjespatroon

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een patroon van elkaar schuin kruisende lijnen die samen ruitvormige hokjes vormen
    En opeens ontdekte ik het, verscholen tussen de boomkruinen stond een merkwaardig, oud houten huis van drie of vier verdiepingen, grijsblauw en bruin geschilderd, de gevel bekleed met verweerde houten platen en versierd met latten die kruiselings of in een ruitjespatroon waren bevestigd, en met een buitentrap waar ik geen begin of eind aan kon ontdekken.
    Voor weinig geld een grill die belist ruim voldoende presteert. Is met 2000 watt vermogen razendsnel opgewarmd. Met een 525 cm2 grilloppervlak passen er nipt twee tosti’s op. Bereidt vlees en groenten vlot en gewoon goed, inclusief ruitjespatroon op je hamburger.