rukken

/ˈrʏkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. in een snelle beweging trekken
  2. spreektaal, seksualiteit (spreektaal), (seksualiteit) masturberen

Etymologie

* In de betekenis van ‘trekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1376

Vertalingen

Engelsjerk, jack off
Duitsreißen, masturbieren, wichsen
Spaanshacerse la paja
Deensmasturbere, onanere