rulheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het ruw, hobbelig niet glad zijn van een oppervlakteZijn portretten staan in de Venetiaanse zestiende-eeuwse traditie waarvan Giorgione en Titiaan de aartsvaders zijn. Dat wil zeggen: schilderijen op grof linnen, wat een zekere rulheid in het oppervlak veroorzaakt, gedempte kleuren en donkere achtergronden, waaruit de voorgestelde en in eerste instantie diens gelaat oplicht. Hij legde een voorliefde aan de dag voor paars-violette stoffen. NRC Roelof van Gelder 30 april 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/04/30/venetie-gedenkt-400ste-sterfdag-van-oude-meester-jacopo-7223127-a123336 Venetië gedenkt 400ste sterfdag van oude meester; Jacopo Tintoretto haatte het schilderen van portretten]Om het realisme van de tweemaal levensgroot afgebeelde lichamen te vergroten, gebruikt Lamers huidkleurig pigment dat door zijn rulheid de huid een tactiel effect verleent. NRC Renée Steenbergen 5 maart 1993 [https://www.nrc.nl/nieuws/1993/03/05/tm-3-apr-galerie-espace-keizersgr-548-en-7175272-a401114 T/m 3 apr. Galerie Espace, Keizersgr. 548 en ...]
- het droog, niet klef zijn van een voedingsproductDe jury beoordeelt de ballen op rulheid, vastheid, sappigheid, smaak, vorm, braadtechniek en uiterlijk. Hij mag ook origineel zijn en een beetje anders. Of streekgebonden of juist allochtoon. Als het maar een vreselijk lekkere gehaktbal is. De Telegraaf FELIX WILBRINK 22 aug. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/543477/bak-de-lekkerste-bal Bak de lekkerste bal!]
Etymologie
* afleiding van rul
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek