rumboon

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boonvormige bonbon gevuld met Jamaica Rum met een omhulsel van chocolade en suiker
    Ging het om mijn grootmoeder, zij kende inderdaad alleen Jamaica. Maar dat kwam doordat het een merk rumbonen was die zij zich op haar verjaardag bij voorkeur liet schenken. de Standaard 14 APRIL 2003 Joop van der Horst
    "Nou, ik was natuurlijk nog jong en woonde thuis, dus twee gulden ging naar mijn ouders en van de andere vijftig cent kocht ik rumbonen en pinda's. De pinda's waren voor m'n schoonouders. En ik bracht de zaterdagavond door met mijn meisje en de rumbonen." Tubantia 26-oktober-2007

Vertalingen

Engelsrum bonbon