Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

runderhaar

onzijdig (het)/ˈrʏndərˌhar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vezel die uit de huid van een koe of stier groeit
    De penseel heeft een natuurlijke steel en de zachte runderharen maken het verven een feestje.
zelfstandig naamwoord
  1. beharing van koeien en stieren
  2. vezels die van de huid van een koe of stier zijn geschoren als grondstof
    Sauskwasten zijn vaak van runderhaar en geven een minder mooie spreiding van de verf.
    Ze kochten de leêren ballen met runderhaar gestopt en die gauw daarom ‘pruikten’ in het ‘Gedekte paard’ in de Schachelstraat.