runner-up
mannelijk (de)/ˌrʏnərˈʔʏp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deelnemer die in een wedstrijd of wedstrijdreeks op de plaats net na de winnaar eindigtIn een volledige competitie: de deelnemer die op de tweede plaats eindigt; in een toernooi met afvalwedstrijden: de verliezer van de finale.Hij won twee van de laatste zes toernooien die hij vóór The Masters speelde en eindigde drie keer als runner-up.Voor zover Russen nog iets weten, is de poëtische canon afgelopen kwart eeuw nog even eenkennig als die in de Sovjettijd al was. In de top-22 van de beste dichters ter wereld – aangevoerd door Aleksandr Poesjkin en runner-up Michail Lermontov – staan slechts twee buitenlanders.Met nog acht duels te gaan in de reguliere competitie mag Annan, bezig aan haar tweede seizoen als hoofdcoach, blij zijn als haar selectie gevrijwaard blijft van de immer onvoorspelbare promotie/degradatieduels met de runners-up uit de overgangsklasse.
- wie in een rangschikking sterk in opkomst is en al bijna een toppositie inneemtAls het verschil tussen de nummer vier en vijf te klein is, of zoals de Peilingwijzer dat noemt, ‘niet-significant’, dan wordt ook de runner-up uitgenodigd. (…) Theoretisch is het mogelijk dat ook het verschil met de zesde te klein is; die ontvangt dan ook een uitnodiging.Dat dwingt runner-ups als Randstad en Vedior allereerst tot het verwerven van voldoende kritische massa in de landen waar ze werken.
Etymologie
*van "runner-up"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek