Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

rupsentijd

mannelijk (de)/ˈrʏpsə(n)ˌtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. periode van het jaar waarin er op planten veel rupsen actief zijn
    Uit deze eitjes zijn inmiddels rupsen gekropen. Mei en juni is het rupsentijd. Zij doen zich nu tegoed aan het groen.
    Geef in de overgebleven stronk een snede, om ze gemakkelijk gaar te laten koken, was de kolen en zet ze in de rupsentijd ongeveer ½ uur in water met zout.