rut

onzijdig (het)/rʏt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) wilde begroeiing, in het bijzonder gebruikt voor planten aan de waterkant
  2. mijnbouw, transport (mijnbouw), (transport) reminstallatie in het transportsysteem in een steenkolenmijn
    In de doortocht lagen twee sporen tot vlak voor het front, de aflopende beladen wagen trok door middel van een staalkabel de lege op. Aan een speciaal hiervoor geplaatste stijl hing het ‘rut’, een lichte remschijf met houten klossen.
zelfstandig naamwoord
  1. gepraat

Etymologie

[http://www.dbnl.org/tekst/dekk007merk01_01/dekk007merk01_01_0002.php?q=ruthl1 Het merkteken. (1948) Moussault's Uitgeverij, Amsterdam]; p. 52; geraadpleegd 2018-01-27

Uitdrukkingen

  • rut en roy

Vertalingen

Duitsblank, pleite, abgebrannt