rut
onzijdig (het)/rʏt/
Wat is de betekenis van rut?
rut betekent: (plantkunde) wilde begroeiing, in het bijzonder gebruikt voor planten aan de waterkant
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) wilde begroeiing, in het bijzonder gebruikt voor planten aan de waterkant
- (mijnbouw), (transport) reminstallatie in het transportsysteem in een steenkolenmijn
zelfstandig naamwoord
- gepraat
Voorbeelden van "rut" in een zin
- In de doortocht lagen twee sporen tot vlak voor het front, de aflopende beladen wagen trok door middel van een staalkabel de lege op. Aan een speciaal hiervoor geplaatste stijl hing het ‘rut’, een lichte remschijf met houten klossen.
Etymologie
[http://www.dbnl.org/tekst/dekk007merk01_01/dekk007merk01_01_0002.php?q=ruthl1 Het merkteken. (1948) Moussault's Uitgeverij, Amsterdam]; p. 52; geraadpleegd 2018-01-27
Uitdrukkingen
- rut en roy
Vertalingen
Duitsblank, pleite, abgebrannt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek