woorden
boek
Start
›
S
›
sabbatrust
sabbatrust
mannelijk/vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de onvolprezen, voor Joden verplichte, rust van de werkzaamheden tijdens de sabbatdag
Synoniemen
sabbatsrust
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← sabbatreis
sabbatschender →