sabotage

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ingreep op zaken om deze te laten mislukken of te vernielen
    De geheime agenten zorgden voor de sabotage van de bommen van de terroristische organisatie.
    Meerdere treinstellen waren verwoest. De oorzaak was waarschijnlijk sabotage.

Etymologie

* van saboteren

Vertalingen

Engelssabotage
Franssabotage
DuitsSabotage
Spaanssabotaje
Italiaanssabotaggio
Portugeessabotagem
Chinees陰謀破壞
Japans妨害工作
Turkssabotaj
Poolssabotaż
Deenssabotage