sado

mannelijk (de)/ˈsado/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) licht rijtuigje op twee wielen waarin de passagiers met de ruggen naar elkaar toe zitten (dos-à-dos) (uit Indonesië)

Etymologie

* In de betekenis van ‘rijtuigje waarin de passagiers met de ruggen naar elkaar toe zitten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912