saladeschaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/saˈladəˌsxal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) grote schotel bestemd voor het opdienen van gerechten die bereid zijn uit onverwarmde groenteHij opent de deur van zijn koelkastje, haalt het folie van de saladeschaal af en dient op met Libanees brood. Mfaraket koosa. Puree van courgette, bereid met munt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek