Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

saliër

mannelijk (de)/ˈsalijər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. demoniem, geschiedenis (demoniem) (geschiedenis) iemand die behoorde tot een bepaald Frankisch vok dat van het einde van de 3e eeuw in de Nederlanden en Noord-Frankrijk leefde en daar een kern vormde waaruit later het Frankische rijk groeide
    Gij (Stilicho) dwingt de volken aan de Rijn rustig te zijn, zo, dat de Saliër reeds de landen bewerkt en de Sygamber het zwaard omsmeedt en kromt tot sikkel en de reiziger, als hij de oevers ziet, niet weet, welke oever Romeins is, zodat reeds de bewoners van Belgica hun vee weiden over de stroom zonder dat de Chauken zich vertoornen en de kudden uit Gallië de bergen van de Franken doorzwerven, dwars over de Elbe.

Etymologie

* gevormd uit Latijn "Salii" ; mogelijk van Protogermaans *saljon "vriend"; vergelijk de naam van de huidige streek Salland