salie

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsali/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten en struiken uit het geslacht
    Er bestaan verschillende soorten salie. De meest robuuste soorten hiervan zijn de gewone, de breedbladige en de geelgroene salie.
  2. benaming voor de echte salie, , gebruikt als geneesmiddel en om voedsel te kruiden
    Achter zijn huis zaait hij onder andere sterrekers en salie.
  3. kruid (kruid) gedroogde stukjes van de echte salie, gebruikt om voedsel te kruiden
    Veel Toscaanse producten maken deel uit van het dagelijkse menu in veel Vlaamse huishoudens door het gebruik van olijfolie, verse kruiden als koningskruid, salie en bernagie, witte truffel, pecorinokaas en pasta.
  4. medisch (medisch) preparaat van de echte salie, onder meer gebruikt tegen ontstekingen
    Al maanden sliep ik met een hand op mijn maag, maar dat had hoegenaamd geen effect. Zodra ik wakker werd was de pijn er weer. (…) Alle huismiddelen had ik geprobeerd. Warme melk met anijs, met salie, een glas lauw water op de nuchtere maag en het eindeloos kauwen van het voedsel.
zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) (Suriname) gehalte van hemoglobine in het bloed
    Moeder Marie wachtte toen gespannen het resultaat van het onderzoek af. Maar daarmee moest ze nog even geduld hebben, want de dokter haalde de bloeddruk-meter voor de dag en nam nog een bloeddruktest van zijn patiënte af. Hierna kreeg ze van de dokter's assistent een prikje in de vinger, en werd van het afgetapte bloed de salie daarvan op een vernuft instrumentje bepaald.

Etymologie

*[B] (eponiem) naar de 19e-eeuwse Zwitserse arts , die de gebruikte meetmethode ontwikkelde

Vertalingen

Franssauge
DuitsSalbei
Spaanssalvia
Italiaanssalvia
Russischшалфей
Chinees鼠尾草
Japansセージ
Koreaans세이지
Arabischمريمية
Poolsszałwia
Zweedssalvia
Deenssalvie