saloeki
mannelijk (de)/saˈluki/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hond behorend tot een ras van jachthonden dat uit Perzië afkomstig isIk moet nog een hond hebben, een saloeki, maar ik moet hem niet uit de kennel hebben. Hij moet echt bij de maharadja vandaan komen. In zijn paleis gebeurt met de saloeki alles, zoals het altijd geweest is. Een saloeki hoort bij zo'n paleis als een hofnar. Ik wil in mijn paleis ook een hofnar…{{ouds|1935/46
Etymologie
*via "Saluki" van "سلوقي" (salwqy) mogelijk een verwijzing naar "Σελεύκεια" (Seleúkeia) , in de betekenis "hondenras" aangetroffen vanaf 1926 (zie vindplaats hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek