samenkoppeling

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) vaste opeenvolging van woorden die door veelvuldig gebruik een begrip op zichzelf is geworden
    Een "staakt-het-vuren" of een "sta-in-de-weg" zijn samenkoppelingen, daarom worden zij met koppeltekens geschreven.

Etymologie

* van samenkoppelen