samenvallend

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. van zaken die tegelijkertijd op dezelfde plaats gebeuren
    Hoe snel één generatie, één samenvallende puzzel opeens een heel ander licht kan werpen op de dingen. Hoe vandaag totaal anders kan zijn dan eergisteren, juist in voetbal. Tubantia 04-05-17 [https://www.tubantia.nl/sport/winnaars-van-morgen-kleuren-historische-avond~a5cc134e/ 'Winnaars van morgen' kleuren historische avond]
    Tijdens het komende staatsbezoek van koning Willem-Alexander aan China en de daarmee deels samenvallende handelsmissie zal de mensenrechtenkwestie opnieuw aan de orde komen. Het Parool 18 oktober 2015, [https://www.parool.nl/nieuws/nederland-spreekt-china-aan-op-mensenrechten~b8a6c61c/ 'Nederland spreekt China aan op mensenrechten']