samenwonen

Betekenis

werkwoord
  1. met elkaar een huis bewonen alsof je getrouwd bent
    Hij zei dat ik geen verantwoordelijkheid voelde. Dat samenwonen verantwoordelijkheid vereiste. {{Aut|Sandes, David

Vertalingen

Engelslive together
Franscohabiter, pacser
Duitszusammenleben
Spaansabarraganarse, convivir