Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
samoech
/saˈmux/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- degene die als voorlaatste wordt opgeroepen voor het lezen van de Tora
- in 'samoech staan': aan de zijde van de chazan staan op hoge feestdagen (erefunctie)
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'bijstaand, dichtbij'
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek