Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

samoech

/saˈmux/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. degene die als voorlaatste wordt opgeroepen voor het lezen van de Tora
  2. in 'samoech staan': aan de zijde van de chazan staan op hoge feestdagen (erefunctie)

Etymologie

* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'bijstaand, dichtbij'