samoem
mannelijk (de)/saˈmum/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) droge hete woestijnwind die zand meevoertHoe moet je die gure wind noemen die de velden doet opwaaien en ze als stof de lucht in jaagt? Italië heeft zijn tramontana, de woestijn haar samoem. De onze waait alleen hier. Waar komt hij vandaan? Hij is ruw, hij raspt.
Etymologie
*van سَمُوم [samūm]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek