sandwich
mannelijk (de)/ˈsɛntwitʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) twee sneetjes brood met beleg ertussenEen sandwich met tonijn.
- (voeding) Belgisch bakkerijproductDe sandwich is een langwerpig lichtzoet broodje, je kunt het zowel zoet als hartig beleggen.
- (seksualiteit) tijdens een geslachtsgemeenschap voor drieën ingenomen positie, waarbij de betreffende persoon tussen de twee anderen in ligtDe kleinere man zag dat het niet meer een sandwich zou worden, en bleef toen helemaal slap.[http://zondares.blogspot.com/2009/05/de-sandwich.html De Sandwich], zondares.blogspot.com, 7 mei 2009
- (figuurlijk) situatie waarbij men klem zitIn de sandwich zitten.
Etymologie
*van "sandwich", een (eponiem) genoemd naar die belegde sneetjes brood gebruikte om het kaartspelen niet te hoeven onderbreken voor een maaltijd, in de betekenis van ‘twee sneetjes brood met beleg’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Vertalingen
Engelssandwich
Spaansemparedado, sándwich
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek