sant

mannelijk (de)/sɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie, verouderd (religie), (verouderd) heilige, sint

Etymologie

*Ontleend aan het Latijnse sanctus.

Uitdrukkingen

  • Hij is sant in eigen land.In zijn eigen omgeving is hij beroemd, maar elders volslagen onbekend.
  • Hij is geen sant in eigen land.In zijn eigen omgeving is hij volslagen onbekend, maar elders beroemd.
  • Niemand is sant in eigen land.Men kan nog zo capabel of beroemd zijn, in zijn eigen omgeving worden zijn verdiensten niet erkend.