Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

satijnhout

onzijdig (het)/saˈtɛinhɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde (materiaalkunde) lichte, glanzende houtsoort, vaak gebruikt voor meubels als fineer of inlegwerk
    Er waren bloemfiguren ingelegd, wisselend van rozehout, satijnhout, palmhout, ebbehout, koraalhout, koningshout, met de stampers en de meeldraden van ivoor en paarlemoer.
  2. met een gelige kleur, afkomstig van de naaldboom uit India, Sri Lanka en Madagascar
    Satijnhout wordt grootendeels van Ceylon verkregen. Het is welriekend, vooral onder de bewerking en bij afwrijven. Het heeft een fraaien satijnglans met groenachtig geelen tint.
  3. met een rossige kleur, afkomstig van de loofboom uit Zuid-Amerika
    En Alexander had een kistje gemaakt van satijnhout, om er mooi-mooi Sanni, iets van waarde, in te bergen.
  4. plantkunde (plantkunde) (Suriname) benaming voor de boomsoort uit de Moerbeifamilie
    Het blad van de genoemde Piratinerasoorten (…) lijkt op dat van satijnhout, doch heeft een puntiger spits; de twee puntige steunblaadjes blijven lang zitten, de okselknoppen zijn klein.

Vertalingen

Engelssatinwood, bloodwood
Franssatiné rubané
Portugeesconduru, muirapiranga