Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
satijnhout
onzijdig (het)/saˈtɛinhɑut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (materiaalkunde) lichte, glanzende houtsoort, vaak gebruikt voor meubels als fineer of inlegwerkEr waren bloemfiguren ingelegd, wisselend van rozehout, satijnhout, palmhout, ebbehout, koraalhout, koningshout, met de stampers en de meeldraden van ivoor en paarlemoer.
- met een gelige kleur, afkomstig van de naaldboom uit India, Sri Lanka en MadagascarSatijnhout wordt grootendeels van Ceylon verkregen. Het is welriekend, vooral onder de bewerking en bij afwrijven. Het heeft een fraaien satijnglans met groenachtig geelen tint.
- met een rossige kleur, afkomstig van de loofboom uit Zuid-AmerikaEn Alexander had een kistje gemaakt van satijnhout, om er mooi-mooi Sanni, iets van waarde, in te bergen.
- (plantkunde) (Suriname) benaming voor de boomsoort uit de MoerbeifamilieHet blad van de genoemde Piratinerasoorten (…) lijkt op dat van satijnhout, doch heeft een puntiger spits; de twee puntige steunblaadjes blijven lang zitten, de okselknoppen zijn klein.
Vertalingen
Engelssatinwood, bloodwood
Franssatiné rubané
Portugeesconduru, muirapiranga
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek