Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
schaapscheerderskou
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- koude periode omstreeks half juni; periode ook vanaf dewelke schapen geschoren worden
Etymologie
*verwijst naar de periode waar schapen worden geschoren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek