schapraai

mannelijk/vrouwelijk (de)/sxɑpˈraj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kast met planken, vaak gebruik voor een kast in de keuken waarin voedsel wordt bewaard
    Hebt gij soms op dit moment in uw schapraai geen haan of hen of iets anders om te eten?

Etymologie

*van Middelnederlands "schaprede"