schapraai
mannelijk/vrouwelijk (de)/sxɑpˈraj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kast met planken, vaak gebruik voor een kast in de keuken waarin voedsel wordt bewaardHebt gij soms op dit moment in uw schapraai geen haan of hen of iets anders om te eten?
Etymologie
*van Middelnederlands "schaprede"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek