schede
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxedə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) houder waarin men een zwaard of mes kan steken
- (anatomie) opening van de vrouwelijke geslachtsorganen
Etymologie
*van Middelnederlands "scheide", in de betekenis van ‘omhulsel’ aangetroffen vanaf 1240, in de overdrachtelijke betekenis (2) aangetroffen vanaf de 17e eeuw
Vertalingen
Engelssheath, scabbard
Fransfourreau
DuitsScheide
Spaansvaina
Italiaansguaina
Russischножны
Poolspochwa
Deensskede
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek